Wie nu zonnepanelen heeft of overweegt te kopen, stelt dezelfde vraag: loont het nog na 2027? Het antwoord is genuanceerd maar positief — mits u de juiste keuzes maakt. De salderingsregeling verdwijnt op 1 januari 2027, maar zonnestroom die u zelf verbruikt blijft even waardevol als nu. Het verlies zit uitsluitend in de stroom die u teruggeeft aan het net.

Wat verandert er precies per 2027?

Nu krijgt u voor teruggeleverde stroom hetzelfde tarief als u betaalt voor afname — inclusief energiebelasting en opslag duurzame energie. Dat is doorgaans €0,25 tot €0,32 per kWh. Na 2027 ontvangt u alleen de kale energiewaarde, de zogenoemde terugleververgoeding. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) stelt een minimumvergoeding vast; schattingen liggen op €0,07 tot €0,09 per kWh.

Het verlies per teruggeleverde kWh bedraagt dus gemiddeld €0,18 tot €0,23. Hoe groter uw installatie en hoe meer u teruglevert, des te harder dit aankomt. Een gemiddeld huishouden met 10 panelen levert jaarlijks zo'n 1.750 kWh terug en verliest daarmee €315 tot €400 per jaar aan salderingsvoordeel.

Terugverdientijd: situatie vóór en ná 2027

Om de impact concreet te maken, berekenen we de terugverdientijd voor drie veelvoorkomende situaties. We gaan uit van een gemiddeld vast elektriciteittarief van €0,30/kWh, een terugleververgoeding van €0,09/kWh na 2027, en een zelfsverbruik van 45% van de jaarproductie.

Installatie Productie/jaar TVT nu (met saldering) TVT na 2027 (zonder) Verschil
6 panelen (2.400 Wp) 2.100 kWh 7–8 jaar 10–12 jaar +3 jaar
10 panelen (4.000 Wp) 3.500 kWh 7–9 jaar 11–14 jaar +4 jaar
10 panelen + batterij 3.500 kWh 9–12 jaar Sterk verbeterd
16 panelen (6.400 Wp) 5.600 kWh 7–9 jaar 13–17 jaar +5 jaar

De tabel maakt duidelijk: kleine installaties (6 panelen) blijven relatief aantrekkelijk — de terugverdientijd van 10 tot 12 jaar is nog altijd redelijk bij een levensduur van 25 jaar. Bij grote installaties zonder aanpassingen wordt het plaatje minder rooskleurig.

Belangrijk: deze berekeningen gaan uit van een vast energiecontract en géén thuisbatterij. Met een dynamisch contract of batterij verbetert het rendement aanzienlijk. Zie de secties hieronder.

Zijn zonnepanelen kopen in 2026 nog verstandig?

Ja — maar de instapprijs en de manier waarop u de stroom verbruikt zijn belangrijker geworden. Vroeger gold: hoe meer panelen, hoe beter. Na 2027 geldt een nuancering: meer panelen betekent ook meer teruglevering, en die wordt minder vergoed. De optimale installatiegrote verschuift naar wat u realistisch zelf kunt verbruiken (inclusief elektrische auto, warmtepomp, wasmachine).

Praktisch advies: laat een gespecialiseerde installateur uw verbruiksprofiel analyseren. Installaties die zijn afgestemd op uw werkelijke dagverbruik presteren na 2027 beter dan maximaal gedimensioneerde systemen. Een installatie van 6 à 8 panelen voor een gemiddeld huishouden is in veel gevallen slimmer dan 14 of 16 panelen.

Thuisbatterij: het verschil in rendement

Een thuisbatterij van 10 kWh verhoogt uw zelfverbruik van gemiddeld 45% naar 75–85%. Dat betekent dat u veel minder teruggeeft aan het net, en dus minder verlies lijdt door het wegvallen van saldering. De besparing ten opzichte van de situatie zonder batterij bedraagt bij een installatie van 10 panelen jaarlijks €200 tot €350.

De kosten van een thuisbatterij liggen op dit moment tussen de €4.000 en €8.000 inclusief installatie, afhankelijk van merk en capaciteit. Er is geen landelijke ISDE-subsidie voor thuisbatterijen, maar sommige gemeenten bieden lokale subsidies van €200 tot €1.500. Afhankelijk van beschikbare lokale subsidie ligt de netto investering op €3.500 tot €8.000. Bij een jaarlijkse besparing van €300 resulteert dit in een terugverdientijd van 12 tot 27 jaar voor de batterij afzonderlijk — die terugverdientijd wordt korter naarmate de energieprijzen stijgen en saldering wegvalt.

Tip: een thuisbatterij is het meest rendabel in combinatie met een dynamisch energiecontract. U laadt de batterij goedkoop op tijdens uren met lage stroomprijs, en verbruikt eigen stroom tijdens dure piekuren. Dat kan de jaarlijkse besparing met €100 tot €200 verhogen.

Dynamisch contract: hoeveel scheelt het?

Bij een dynamisch contract betaalt u het uurtarief van de energiemarkt (APX-prijs) plus vaste kosten. Overdag, als uw panelen produceren, zijn de tarieven lager — en de terugleververgoeding op een dynamisch contract is vaak hoger dan de minimumvergoeding op een vast contract. Onderzoek van energievergelijkers laat zien dat zonnepaneel-eigenaren met een dynamisch contract na 2027 gemiddeld €150 tot €300 per jaar meer opbrengst realiseren dan met een vast contract.

Nadeel: de tarieven schommelen. In perioden met weinig wind en zon kunnen de kosten flink oplopen. Een dynamisch contract is geschikt voor huishoudens die hun verbruik actief kunnen sturen — of een thuisbatterij hebben die dat automatisch doet.

Conclusie: rendabel blijven na 2027 kan, maar vraagt aanpassing

Zonnepanelen blijven een goede investering na 2027, maar de regels veranderen. De kern: maximaliseer uw zelfverbruik. Dat doet u door:

Wie al panelen heeft, hoeft niet te wanhopen. De investering is al (grotendeels) terugverdiend of loopt nog onder de huidige gunstige salderingsregeling. Het verlies per 2027 is reëel maar beheersbaar — zeker als u tijdig maatregelen treft.